'Ik kan dagenlang aan de waterkant zitten'
woensdag 8 september 2010 11:42
PAPENDRECHT - De 41-jarige Bas Leensvaart uit Papendrecht heeft onlangs voor het derde jaar in successie het Open Zeeuws Kampioenschap Forelvissen op zijn naam geschreven. Hij heeft zich daardoor geplaatst voor het Nederlands Kampioenschap, dat zaterdag 2 oktober plaatsvindt in het Gelderse Putten. Leensvaart wil tijdens het NK beter voor de dag komen dan in vorige edities. Ondanks zijn gedrevenheid is het puur hobby. "Ik kan dagenlang aan de waterkant zitten en dan hoef ik niet eens zoveel te vangen."
Door Erik de Bruin
Het is het bekende verhaal van vader op zoon. Leensvaart: "Mijn vader viste veel en mijn opa verdiende er zelfs zijn brood mee. Ik ben zelf begonnen met vissen toen ik een jochie van zes was. Met kameraadjes gingen we voortdurend op zoek naar mooie vislocaties." Leensvaart groeide op in Alblasserdam. De boezem werd een stek waar hij en zijn vrienden regelmatig waren te vinden om het thuisfront te imponeren met indrukwekkende vangsten. "Toen ik vijftien was heb ik ook in De Klaroen gestaan. Ik had een snoek van 1 meter 70 aan de haak geslagen. Tegenwoordig kom je ze nog veel groter tegen." Leensvaart, die van beroep uitvoerder is, kan het weten. Anno nu, ruim 25 jaar later, vist hij nog steeds wel eens in de boezem. "Eigenlijk vis ik overal. Langs de rivier bijvoorbeeld, maar ook bij slootjes. Je probeert dan zoveel mogelijk voorntjes te 'tikken'. Als je geluk hebt weet je zelfs iets groter te vangen. Mijn zoontje heeft onlangs een grote snoek gevangen." Zijn ogen stralen. "Hij is al net zo bevangen door het visvirus als ik. Met de buurman gaan we elke zondagmorgen forelvissen. We struinen heel Nederland af op zoek naar een mooie put. Zalmforel laat zich moeilijk vangen. Als mijn zoontje meegaat zoek ik bewust een stekkie voor hem op waar de forellen zijn uitgezet. Die happen sneller en bieden minder weerstand. Dat is voor hem leuker omdat hij het vooral interessant vindt als hij veel kan vangen. Logisch natuurlijk." Voor hemzelf maakt het weinig uit: "Ik kan urenlang aan de waterkant zitten zonder iets te vangen. Aan het eind probeer je nog iets, maar als het niet lukt heb ik ook lol gehad. Na een week hard werken is het een heerlijke vorm van ontspanning. Tijdens wedstrijden ben ik overigens wel vrij fanatiek. Veel draait om geluk. Het Open Zeeuws Kampioenschap bijvoorbeeld bestaat uit zes wedstrijden waarbij je telkens op een andere plek zit. Die keren dat je op een slechte stek zit ga je 'knutselen' om vis te lokken. Als je op een goede stek zit móet je toeslaan. Tijdens de laatste wedstrijd maakten nog drie à vier deelnemers kans op de eerste plaats. Ik begon sterk, maar gaandeweg begonnen de anderen ook veel te vangen en stokte het een beetje. Je kijkt dan goed om je heen. Overigens is het gezonde rivaliteit. We hebben aan de waterkant veel lol. Voor iedereen is het hobby. Het vangen geeft een kick. Je wilt steeds meer. Steeds groter. In Denemarken, waar we één keer per jaar een week naartoe gaan, vang je zalmforellen van vijf à zes kilo. Hier zijn ze gemiddeld één tot twee kilo en als je geluk hebt drie. Toch bleef ik er veel plezier aan. Vissen verveelt nooit."