Olieverfschilderij van Pieter de Roovere, ambachtsheer van Hardinxveld, geschilderd door Aelbert Cuyp
Olieverfschilderij van Pieter de Roovere, ambachtsheer van Hardinxveld, geschilderd door Aelbert Cuyp M. Svensson (Mauritshuis Den Haag)

De poëzie van Hardinxveld met gedichten van Jeroen van Kan, Jan Eijkelboom en Eline Theunisse

30 januari 2025 om 15:00 Cultuur

HARDINXVELD-GIESSENDAM De week van de poëzie van 30 januari tot en met 5 februari begint donderdag met de ‘Gedichtendag’. Wie de naam Hardinxveld tot zich laat doordringen, proeft al een beetje poëzie. Maar welke poëtische woorden werden door de jaren heen gewijd aan het dorp aan de Merwede?

Langs de Rivierdijk ontdek je de poëzie in een ode aan de scheepswerven. In 2020 werd daar een gedicht van Jeroen van Kan onthuld als onderdeel van het project ‘de Gouden Rand’, een reeks van zes gedichten die inzoomen op het maritieme cultureel erfgoed. 

metaal hier is opgemaakt met woorden terwijl wie
taal nodig heeft zelden wordt begrepen

intussen wacht die dokkige moby dick daar gedurig
af de hele schepping voor de kaken

op een dag zijn we dronken van begrip
en weten we voor altijd waar we heen gaan

In november 2019 verscheen van Jan van Kan de verhalenbundel ‘Hoe Matt een dode vis werd’. Twee jaar eerder debuteerde hij met de bundel ‘De wereld onleesbaar’. Tussen 2016 en 2019 presenteerde hij VPRO Boeken en eerder het radioprogramma De avonden. Naast het project de Gouden Rand ontwikkelde Lionsclub Alblasserwaard Souburgh tevens het project Dichter bij de Polder met een fiets- en wandelroute. Een van de gedichten van die route is van Jan Eijkelboom (1926-2008) . Zijn naam komen we opnieuw tegen bij een 17e eeuws schilderij van de Dordtse schilder Aelbert Cuyp (1620-1691) in het Mauritshuis in Den Haag met daarop Piet de Roovere (1602-1652), ambachtsheer van Hardinxveld, zittend te paard. Over dit fraaie schilderij schreef Jan Eijkelboom ook een gedicht.


Bijschrift - Het gedicht van Jeroen van Kan

Hannie Visser-Kieboom


Het oog van de dichter


Hoog in het luchtruim geboetseerd
kijkt op zijn paard de man naar voren
maar wijst intussen naar de zalm
die onder hem wordt vastgehouden
door ’t knechtje dat daar staat en
naar hem opziet. Het tilt van de zojuist
gevangen vis een kieuw omhoog
zodat de heer, indien hij keek,
een vurig rood zou zien, als van
het mutsje dat de jongen dekt.
Zelf draagt de heer een hoed met pluim
van een verfijnder, meer bestorven rood.
De connaisseur roemt het fluweel
van zijn voorname jas.                            

Mijn oog
komt niet tot rust, het reist
tussen de ruiter en de jongen,
van de verlopen, nog hautaine
maar dodelijk vermoeide blik
naar dat wijdopene, een schuchter
en toch eindeloos vrij kijken.

Tegen een strook van karig licht
onder het oordeel van de wolken
daagt eindelijk het besef:
van beiden ben ik de gelijke.

Aelbert Cuyp schilderde vooral landschappen, riviergezichten en portretten in opdracht, zoals het portret van Piet de Roovere met de belangrijkste inkomstenbron van zijn ambachtsheerlijkheid Hardinxveld: de zalmvisserij in de Merwede. Zalm werd in de 17e eeuw nog in groten getale in de Nederlandse rivieren aangetroffen. Ambachtsheer De Roovere lijkt een beetje neer te kijken op zijn bediende, dichter Jan Eijkelboom laat dat ook terugkomen in zijn gedicht dat in 1991 verscheen in de dichtbundel ‘Kippevleugels’ bij de Arbeiderspers in Amsterdam. Eijkelboom werd in 1991 benoemd tot ereburger van Dordrecht. Tien jaar later werd hij stadsdichter van Dordt. HIj schreef veel gedichten over het rivierenlandschap en de Merwede. Veel dichters halen hun inspiratie uit eeuwig stromende rivieren.

Zo schreef Eline Theunisse uit Hardinxveld-Giessendam in 2022 het gedicht ‘de oude man’, waarmee ze één van de winnaars van de Gorcumse Literatuurprijs werd.

De oude man

De oude man, zongebruind

stuurde zijn schip de juiste koers

Weltevreden door water omtuind

volgde hij de golvende weg

Volgde hij de golven van het leven

standvastig bewoog hij mee

Wat welke deining hem ook mocht geven

En het werd later en later

Op het bewegende water

Het water bleef

Bleef zich rekken en verkrampen

De oude man bleef niet

Levenswater blijkt te verdampen

Altijd aan het roer

Maar nu stopte hij met draaien

Meerde aan in de meren des doods

Daar lag hij stil

Roerloos

Het water had hem nooit verlaten

Een leven lang gediend

Een leven lang gedragen

Het water was zijn vriend.

Bronnen:
Anton Korteweg, Tijdschrift Ons Erfdeel 2012/1
www.beeldgedicht.info
Water, vriend of vijand, uitgave GLP

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
advertentie