
De Langendam: Relevante voorstellen Belastingplan 2026
28 augustus 2025 om 15:24 ZakelijkHARDINXVELD-GIESSENDAM Wij kijken op Prinsjesdag altijd reikhalzend uit naar de belastingplannen voor het nieuwe jaar. Eerdere jaren bleek echter dat er vanaf die derde dinsdag in september nog veel aan de wetsvoorstellen gesleuteld werd, soms met haastig opgelapte (slechte) wetgeving tot gevolg. Dit jaar is al veel van de voorlopige inhoud van het Belastingplan 2026 bekend gemaakt.
Er is met ‘voorlopige voorstellen’ per definitie sprake van onzekerheid. Maar door de val van het kabinet op 3 juni 2025 is die onzekerheid versterkt.
Algemeen en box 3
Jaarlijks worden de grenzen van de tariefschijven geïndexeerd met de tabelcorrectiefactor. In 2026 wordt die indexatie slechts gedeeltelijk toegepast. Daardoor komt iemand met een loonsverhoging eerder in een hogere tariefschijf in box 1. Het deels indexeren met die tabelcorrectiefactor geldt ook voor de heffingskortingen.
Ook in box 3 komt er een lastenverzwaring: het forfaitaire rendement op overige bezittingen komt op 7,78% te liggen en de vrijstelling gaat omlaag naar € 51.396 per persoon (nu: € 57.684).
Codificatie uitzendregeling eigenwoningregeling
Een eigen woning blijft in box 1 als iemand tijdelijk wordt uitgezonden (al dan niet naar het buitenland). Dat staat al in art. 3.111, lid 6 Wet IB2001. De woning mag dan niet ter beschikking staan aan ‘derden’. In eerdere besluiten was al goedgekeurd dat (stief)kinderen, de partner of anderen die meer dan een jaar tot het huishouden behoorden vóór de uitzending, niet als ‘derden’ kwalificeren, waardoor de woning in box 1 blijft.
Deze uitzendregeling wordt nu gecodificeerd (in wetgeving omgezet) en direct ook nog eens verruimd naar alle bloed- of aanverwanten in de rechte lijn. Als voorbeeld wordt de situatie genoemd, dat een kind in de woning achterblijft, dat vervolgens zelf een kind krijgt. Dan zou dat kleinkind ineens een ‘derde’ zijn, waardoor de woning verhuist naar box 3. Dat wordt met dit verruimde voorstel vermeden.
Geen leegwaarderatio bij onzakelijke huur
Als aan ‘gelieerde partijen’ zoals een kind, partner of onderneming een woning wordt verhuurd, kan de neiging zijn om een lagere huur af te spreken dan zakelijk is. Leuk voor de huurder, maar ook voor de verhuurder: zijn leegwaarderatio is dan lager voor de box 3-belasting. Dit wordt rechtgezet: bij onzakelijke huur geldt de leegwaarderatio niet langer.

















