
Peulenpraat: Taalverzachting
11 juni 2026 om 09:13 Column Kompas-columnsIk merk dat ik het gevoel heb dat ik het soms ingewikkeld vind om te starten met het schrijven van een stukje voor de kwaliteitskrant die u nu leest.
Uw schrijver hoort de laatste tijd vaak zulke zinconstructies en ik maak er zelf ook met liefde gebruik van. In een tijd van maatschappelijke verharding is het wel lekker als andere dingen wat zachter en soepeler worden, zoals bijvoorbeeld taal. Taalverzachting, ook wel eufemisme genoemd (hallo Scrabble!). Als je iets merkt klinkt het alsof het als een totale verrassing voor jezelf komt. Een auto rijdt je bijna van je sokken en op dat moment merk je dat je dat toch niet echt prettig vindt. Je kunt bij de bestuurder aangeven dat je het gevoel hebt dat het niet helemaal nodig was en direct vragen hoe hij/zij dat zelf ervaren heeft.
Laatst bevond ik me opeens in een sportschool en daar ging een wereld aan ingewikkelde apparaten en oefeningen open. Gevolg was dat ik in een soort twister-houding zat, waarbij de medewerker zei dat sommige dingen ‘motorisch uitdagend’ waren. Door deze twee woorden voelde ik me direct een stuk beter en werd mijn interne stem (‘is er iets dat je wél kan?!?’) gekalmeerd.
Zelf vind ik ‘afstand tot de arbeidsmarkt’ ook een pareltje. De markt bevindt zich op kilometers afstand en jij — als welwillende arbeider in spe — merkt dat je nog een lange weg af te leggen hebt om bij die plek te komen, waarbij het goede nieuws is dat het niet onbereikbaar is.
Let de komende tijd ook eens op de volgende uitdrukking: ‘daar vind ik wel iets van’. Misschien leuk om een soort turflijstje mee te nemen en dan uw weekscore op te sturen naar deze krant. U komt bijvoorbeeld op maandagochtend op kantoor en ziet dat een collega de hele afdeling in puin aan het slaan is. De bureaus zijn teruggebracht tot IKEA-bouwpakketten en er is totale chaos en paniek. Op dat moment zegt iemand: ‘hier vind ik wel iets van’. Het maakt het leed direct draaglijker. Uiteraard is de implicatie dat het niet echt leuk gevonden wordt, maar het kan ook best een blijk van mededogen zijn. De persoon in kwestie vindt bijvoorbeeld dat de slopende collega vakantie verdient. Of had zelf al langer het idee dat de inboedel aan vervanging toe was en dat het moedig is dat iemand daar een aanzet toe geeft.
Mijn wens is dat we hier nog creatiever in worden de komende jaren. Dan wordt alles wat draaglijker en hopelijk merkt uw schrijver dat het dan minder ingewikkeld voelt om een stukje te schrijven waar u iets van vindt.
Gijsbert Ambachtsheer

















