
Tweede cyclus van interne competitie van schaakclub De Giessen en Linge
23 december 2025 om 08:16 DenksportREGIO In de Til werd vorige week een aanvang gemaakt met de 2e cyclus van de interne competitie van schaakclub De Giessen en Linge. Bij afwezigheid van Jaco Vonk en Eddy Korevaar was het topduel deze avond de partij tussen Gela Nikoladze en Hans Karelse.
De witte paarden werden al in een vroege fase tegen de zwarte lopers geruild. Al snel had Gela een zeer dominante stelling vanwege een sterke pion op e5 en beheersing van de diagonaal a3-f8 waardoor Hans niet aan rokeren toekwam en hij opgezadeld zat met een erg gedrongen stelling. Voor de langslopende toeschouwers leek het maar de vraag hoe lang Hans zou kunnen standhouden. Nu, dat was best lang en tegelijk dringt zich de vraag op of Gela ergens een meer kansrijke voortzetting heeft gemist. Het was een behoorlijk ingewikkelde stelling en niet gemakkelijk het goede aanvalsplan, dan wel de juiste verdediging te vinden. Het kostte Hans behoorlijk veel tijd, maar hij ontworstelde zich toch aan de “bijna verstikking” na zijn breekzet f7-f6. Na dameruil ontstond een toreneindspel met beiden nog 4 pionnen: één op de damevleugel en 3 op de koningsvleugel. Remise leek een logische uitkomst als de zwarte b- tegen de witte a-pion zou worden geruild. Hans had evenwel beduidend minder tijd ter beschikking dan Gela. Uiteindelijk won Gela na een duidelijke fout van Hans alsnog.
André van Wingerden kreeg van Henk Boot de kans in de opening een voordeeltje te bereiken met een vroeg e4-e5. Maar Henk kwam met een vlot d5 en f5, waarmee de stelling weer in evenwicht was. Henk speelde het wel handig in die fase en kreeg een beginnend voordeeltje. Maar na een mindere zet moest hij na Pa4 van André krachtig op de rem trappen vanwege de dreigingen Pb6+ en Pc5-xe6. Dat laatste kostte wel een pion, maar vervolgens kwam na dameruil een remisetoreneindspel op het bord. Na zetherhaling remise werd overeengekomen.
Bij Elmar Bottema-Louis Rutgers fianchetteerden beiden hun koningsloper en verliep de opening volgens bekende patronen. Louis koos voor activiteit op de damevleugel en Elmar had de koningsvleugel als “oefenterrein” gekozen. Hoewel Elmar wel vroeg kwam met de pionopmars f4, was hij er als de kippen bij door te stomen naar f5, nadat Louis terugschrok voor e5xf4. Elmar kwam snel daarna met Lh6, waarop Louis loperruil uit de weg ging. Na f5 volgde ook nog Dg5 en toen werden de wolken voor Louis wel erg donker. De kracht van de samenwerkende witte stukken bleek inmiddels te groot en Louis ontkwam niet meer aan Elmars matnetvlechtwerkje.
Arjan Uittenbogaard kreeg tegen Michaël Houweling zijn aanval niet echt op gang en Michaël kreeg een aanval tegen de witte koning. Maar hij kwam ook niet verder dan met Pf3+ en Ph2+ aan te sturen op remise door eeuwig schaak. Bert van Hees maakte al tamelijk snel een misstap tegen Anne van Heelsum. Die kostte een stuk en de partij. Quinten Gerritsen en Huig Visser speelden op het oog een tamelijk rustige partij. Maar Quinten had goed gezien dat hij na stukkenruil Huig kon opzadelen met een verbrokkelde pionnenstructuur op de damevleugel. Daarop richtte hij zijn aandacht, won er eentje en sloopte daarna de zwarte stelling definitief.
Arnold van Es had het tegen Wim Rietveld toenemend moeilijk, zeker toen Wim de mogelijkheid om een kwaliteit te winnen met beide handen aangreep. Hij hield de stelling in zijn greep, won nog een stuk en daarmee de partij. Bert van Geldere moest in het begin tegen Gerard de Gans het initiatief aan zijn tegenstander laten. Later keerden de kansen en won Bert.
In de partij tussen Madelon Dane en Pieter van Doorn was de positie lang niet heel duidelijk, maar leek wel in evenwicht. Wel verbruikte Madelon duidelijk meer tijd dan Pieter die uiteindelijk aan het langste eind trok. Het duel tussen Jan Post en Chistian Boudewijn was eigenlijk ook het duel tussen de oude en de nieuwe penningmeester van de club. In de eerste instantie ging het gelijk op, maar toen Jan optimistisch met g2-g4 probeerde de zwarte loper op h5 te verjagen, bleek dat toch niet het beste plan. Christian sloeg en passant op f3 en Jan bleef met een flink aantal zwaktes zitten: een loper op e2 achter een zwakke pion op e3, terwijl ook de positie van de witte toren op d1 zorgelijk was. Kortom, Jan beschreef zijn stelling als “zo lek als een mandje”. Gelukkig concludeerde beiden na afloop dat het een leuke partij was en dat is voor clubschakers nu eenmaal ook een zeer belangrijk element in de beoordeling van een partij.

















