
Column: Koptelefoon
24 januari 2024 om 14:18 ColumnIk sta lekker warm ingepakt op het perron te wachten op de trein die komt. Of eigenlijk: niet komt. De dienstregeling is fors aangepast, want er zit een scheur in de spoordijk bij Gorinchem. Hierdoor rijdt er maar de helft van de treinen. Op één of andere manier ontstaat er een soort complot in mijn hoofd. Het is ook wel een mooie verkapte bezuinigingsmaatregel op deze manier. In mijn gedachten zag ik de directie van Qbuzz al met bivakmutsen op hun hoofd midden in de nacht met pikhouwelen aan de slag op een verlaten stuk spoordijk. Dat het repareren van de scheur nog lang gaat duren en men niet weet hóe lang dan precies, draagt niet per se bij aan het ontkrachten van mijn complotgedachten. In mijn optiek gooi je zo’n scheur meteen dicht en kun je daarna weer gassen, maar zo simpel werkt dat blijkbaar niet.
Ik kijk eens links en rechts van me. Ik vermoed dat wanneer je in de seventies mensen had gevraagd een tekening te maken van 2024, die tekening er ongeveer zo uit had gezien. Wezens die wezenloos voor zich uitstaren, over het algemeen met een grote koptelefoon op of een kleine variant in het oor. In de fantasie van de hippies zouden de wezens via hun geluidsunit aangestuurd worden door één of andere kwade genius.
Terug naar het nu. Op het perron is het individualisme duidelijk zichtbaar. Ik vrees dat ik hier ook kijk naar de uitwerkingen van de maatregelen tijdens de coronapandemie, toen het individualisme een sprintje heeft getrokken. Één jongen valt me op. Ten eerste omdat hij vrij lang is, ten tweede omdat hij zichtbaar geniet van de -waarschijnlijk- klassieke muziek op zijn enorme koptelefoon. Met zijn ogen dicht en een grote glimlach op zijn gezicht dirigeert hij mee op de muziek. De manier waarop hij zijn hand beweegt verraadt dat het een sierlijk, gedragen stuk is waarvan hij geniet. Hij glijdt met zijn hand door de lucht. Zijn fysieke vertolking van wat hij hoort is zo perfect dat ik de muziek bijna kan horen. De overige treinreizigers op het perron kijken soms met een meewarige blik naar hem. Maar dat doet hem niets. Hij geniet.
Mijn stille symfonie wordt ruw onderbroken door het geluid van de piepende remmen van de trein. De perronzombies stellen zich geconditioneerd op bij één van de deuren. De dirigent dirigeert de deur open. De dag is weer begonnen.
















