
Column: Condoleancerij
30 mei 2024 om 09:36 Column Kompas-columnsIk sta in een condoleancerij. De overleden persoon lijkt een allemansvriend getuige de ellenlange rij die door het gebouw slingert en ergens ver voorbij de ingang op het trottoir eindigt. De eerste paar minuten sta ik wat onwennig om me heen te kijken. Het is ook niet zo dat dit een dagelijkse bezigheid is. Kun je een geanimeerd gesprek aanknopen met je condoleancerijburen? En wanneer stop je dat gesprek dan? Is dat bij binnenkomst van het gebouw of van de desbetreffende zaal? Heb ik wel de goede kleren aan? Moesten er wel of geen bloemen mee? Wat ga ik straks zeggen?
Gelukkig is voor het beantwoorden van deze vragen alle tijd, merk ik, aangezien de rij net zo vlot doorloopt als dikke stroop in de winter. Als ik alle vragen heb beantwoord, ben ik precies zesenhalve stoeptegel opgeschoven. Blijkbaar moet aan het begin van de rij elke beleefde herinnering met de overledene uitgebreid worden geanalyseerd. Goed, daar is zo’n condoleance misschien ook wel voor bedoeld.
Inmiddels ben ik helemaal zen en heb me overgegeven aan het feit dat dit nog wel eens een uurtje zou kunnen duren. Als tijd en agendapunten niet meer belangrijk zijn, krijg je meer aandacht voor allerlei details. En in een rij als deze worden deze details naadloos verweven met allerlei existentiële gedachten over de zin en het nut van dit leven. Alles om me heen in het mooi vormgegeven gebouw lijkt ineens metaforisch bedoeld. De traagheid van de rij vertegenwoordigd ineens het langzaam verstrijken van de tijd. Bij de ingang staat een mooi geschikt bloemstuk waar bij één bloem in slow motion een blaadje afdwarrelt als een soort beginnende vanitas. De deur van het keukentje waar koffie en thee wordt ingeschonken piept precies zoals de violen in het begin van de Danse Macabre. Een zacht briesje waait een van de aangestoken kaarsen uit en buiten in de verte strijkt een zwaan neer op de gladde waterspiegel. De rimpels bereiken langzaam de oever waarna ze plotsklaps verdwenen zijn.
Ineens is daar die uitgestoken hand. “Ehm gecondoleerd en sterkte of zoiets”, mompel ik en ik overweeg even om weer achteraan aan te sluiten. Deze column verscheen eerder in het boekje ,,Leuke Stukkies”
Walter Leendertse
















